donderdag 22 juli 2010

De Klets

Ze staarde naar haar scherm en had het gevoel alsof ze een klap recht in haar gezicht had gekregen.
Er stond in, dat ze dat ene mailtje waar ze informeerde of hij haar gemist had wel naar één van haar andere vriendjes gestuurd zou hebben. Hij zei ook dat hij haar niet gemist had. Daar moest ze eigenlijk bij glimlachen, tot ze bovengaande regel terug las.

Ze wou zeer impulsief antwoorden en bedacht zich een minuut, ze overwoog niet te antwoorden, maar zo zat ze niet in elkaar. Een goed antwoord bestond niet. Een eerlijk antwoord kon ze hem wel geven. Ze zei hem dat hij de enige was buiten die ene dat ze vermoedde dat hij een verkeerd beeld van haar had.

Zijn antwoord hierop was niet eerlijk het was gewoon verkeerd.

Ze ging terug naar het begin niet zo lang geleden, amper 2 maanden, hoe had dit ook alweer kunnen gebeuren.
Ze had nooit gedacht te worden wie ze had gezworen nooit te zijn. Een bedriegster van formaat. Hoewel hij haar in eerste instantie had verteld dat het niet bedriegen was, had hij zelf ook overmand door schuldgevoelens haar met rust gelaten.
Ook zat zij met schuldgevoelens en vragen waarom ze dit had gedaan. En ze had maar één antwoord hierop.

Ze vond hem leuk en amusant. Hij was gemoedelijk, ze had geen kopzorgen bij hem, hij was grappig en ze kon een ernstig gesprek met hem voeren. Neen ze zouden nooit een koppel zijn en ze zouden daar zelfs nooit over praten, ze hadden anderen lief en ze zouden anderen missen en niet elkaar. Ze beheersten enkel elkaars achtergrond.

Maar die ene regel was voor haar een waarschuwing. Ze had haar ware gezicht even laten zien aan hem, ze had zich kwetsbaar opgesteld en ze was tegen een glazen raam gelopen met haar gezicht.
Haar probleem wist ze, was dat in bepaalde situaties ze niet langer realist was en niet de juiste perceptie kon waarnemen. Ook hier dacht ze tussen de regels een afscheid te kunnen waarnemen.
Ze had daar geen zin in en besloot even en stap achterwaarts te zetten en af te wachten.

Wachtend op de tweede klets.

vrijdag 30 april 2010

Salto Mortale

Ze lagen naast elkaar, elkaar niet aanrakend in de drukkende sfeer die er in de slaapkamer heerste.
Ze was moe en kon de slaap niet vatten door de onuitgesproken woorden die snel zouden volgen. In de slaapkamer ontstonden relaties en werden ze verbroken. In haar jonge gepasseerde leven althans. Ze was niet zenuwachtig, ze voelde geen angst.
‘Wat is er aan de hand met ons dat het zo slecht gaat’ was zijn vraag waarop ze onmiddellijk haar schild activeerde een reageerde met ‘Hoe bedoel je dat net’, ‘Het gaat al weken slecht tussen ons’ vervolgde hij. Ze trok in de duisternis een wenkbrauw op en voelde ergernis.
“Kun je de tijdslijn verduidelijken voor me, enkele weken is wel erg vaag”. Hij aarzelde even en antwoordde “Het is sinds je terugbent uit Frankrijk”. Dat was een dikke week bedacht ze snel, hij kon toch overdrijven. Ze stak van wal, net zoals de week ervoor. Ze vertelde hem dat ze hem er reeds op had gewezen dat het te snel ging voor haar en ze geen blijf wist met de situatie. Dat ze gedurende één dikke week de verantwoordelijkheid van de relatie in zijn handen had gegeven en nu vond hij dat het slecht ging tussen hen. Wat betekende dat dan eigenlijk? Ook hun liefdesspel was er niet op verbetert in die week. Ze nam hem dat eigenlijk kwalijk, want het was voor haar een zeer belangrijke factor die haar snel kon frustreren.

Eigenlijk was ze zeer boos op hem en op het feit dat hij besloten had tot in bed te wachten om hierover te beginnen. Had hij het lef niet om haar in de ogen te kijken? Wist hij niet dat ze moe was, fysiek, mentaal, dat ze drukke weken had? Maar dat zei ze niet. Want de woorden die wel uit haar lichaam werden gekotst waren hard en bot.
Ze vroeg hem of hij uit elkaar wilde gaan, dat het geen probleem was voor haar, als hij dat wou.
Hij verstijfde naast haar en panikeerde. Neen dat bedoelde hij zeker niet, hij zag haar graag, wou haar niet kwijt, misschien drukte hij zich verkeerd uit. Hij wentelde zich in excuses en ze voelde medelijden met hem, want ze maakte het hem alweer moeilijk.

Ze concludeerde dat ze niet makkelijk was om mee samen te leven, draaide zich om en sloot haar ogen. Ze wou alleen maar slapen en vergeten.

Morgen was er een andere dag en dat zou het weer een beetje makkelijker worden.

maandag 26 april 2010

Dat heet dan gelukkig zijn

Zo heel af en toe realiseerde ze zich dat ze niet weet wat gelukkig zijn is.
Ze kan er geen definitie aan geven en bijgevolg kan ze ook niet bepalen wanneer dit gevoel haar omgeeft. Ze is zeer tevreden de laatste maanden.
Als ze terugblikt, moet ze even de trein der snelheid opstappen. Heel kort geleden werd ze gekust, dat duurde lang. Hij deed er 45 minuten over om die laatste centimeter te overbruggen. Maar sinds hij die durf had gehad zat ze in een rollercoaster van gevoelens.

Ze was nog niet over haar vorige liefde en ze zou dat ook niet snel zijn. Was dat eerlijk tegenover haar snelheidsduivel, dat wist ze niet, maar hij had de keuze ook gemaakt met haar in zee te gaan.
Ze was niet het type vrouw dat knuffelde, streelde, geruststellende woordjes fluisterde. Ze was recht voor de raap. Een zin in de trend van ‘Ik zie je graag’ of ‘ik hou van je’ was haar te lang. Ze dacht er wel aan, maar ze was altijd al zeer zuinig geweest met de woorden. Haar antwoord was nooit veel meer dan ‘’K ook van u’.

Ze deed haar best om hem een goed gevoel te geven en meelevend te zijn en niet teveel met haar ogen te rollen. Ze probeerde emoties te tonen en te luisteren naar zijn dagdagelijkse boeken gevuld met meestal saaie verhalen over wat hij allemaal gedaan had.
Maar hij deelde graag alles met haar en zij wou dat appreciëren.

Ze had deze opvatting mee gekregen van thuis waar liefde niet in de dagelijkse handleiding van de opvoeding stond.

Nu keek ze neer op de man op zijn knie die haar net ten huwelijk had gevraagd en vroeg hem of hij zeker wist waar hij mee bezig was. Kon hij haar even bevestigen dat hij zich bewust was van haar karakter. Tranen sprongen in haar ogen, want ze wist niet wat ze moest antwoorden op zijn vraag, de vraag om zich te binden en nooit meer over haar schouder te kijken wanneer er nieuw potentieel zou voorbij wandelen.

Ze omhelsde hem en zei hem, dat ze met hem wou trouwen en de rest van hun leven delen.

Sinds die dag leeft ze nog meer in angst.

Kerncijfer

Die dag belde je me op woedend. Ik had je niet laten weten dat ik een dag vrij had genomen. Dat klopte effectief, ik was naar de kapper geweest en ik wou een dag rust en stilte. Sinds je had toegegeven dat je me bedrogen had en je er zelfs geen spijt van had was ik stilaan aan het afsterven. Ik hoopte ook mijn liefde voor jou stilaan te kunnen laten doodbloeden, maar die opdracht bleek moeilijker.

Waarom deed ik de moeite niet om je te laten weten en om langs te komen. Ik was geïrriteerd omdat je mijn dag verstoorde en repliceerde met dezelfde vraag. Hoeveel moeite had jij eigenlijk al gedaan om naar mij toe te komen. Je zei me dat je het niet zag zitten om meer dan 2 uur op een bus te zitten als ik een wagen had.

Ik realiseerde me dat ik het gevecht moe was, dat ik gewoon wou opgeven en de afgelopen 8 jaar bereid was samen met het oud vuil op het stort te gooien. Ik was te jong om me al die zorgen te maken. 3 kinderen die niet uit mijn baarmoeder komen, constant in een geur van weed en sigaretten hangen als het al geen alcohol was. Telkens opnieuw ruzie en discussies, ik was gewoon uitgeput.

Ik zat in mijn carport in de wagen en luisterende naar je woedende stem die van me eiste dat ik die avond kwam. Ik vertelde dat het niet ging, ik werd verwacht in een loge om naar een wedstrijd te gaan kijken. Ik kwam in de verleiding om mijn sleutel uit het contact te halen en zo de verbinding te verbreken, maar ik deed het niet. Dat zat niet in mijn karakter.

Ik luisterde niet meer naar je, je zei me altijd dezelfde dingen. Ik vroeg me af wat er tussen ons gebeurd was, waar de mooie tijden naartoe zijn gevlogen? Was jij de man die ik 2 dagen daarvoor nog meenam om zijn verjaardag te vieren zodat hij niet alleen zou zitten. De man die mij bedrogen had, er geen spijt van had en nu tegen me aan het roepen was.

Je eiste opnieuw dat ik die avond kwam om te praten, want anders zou het definitief gedaan zijn tussen ons. Voor de zoveelste keer …
Ik vroeg je of je er zeker van was? Ja, je was heel zeker, je meende het echt tot uit het diepste van je hart.

Ik zei je, dat het dan over was tussen ons, definitief, voor eens en altijd. Dat ik moe was. Ik haakte in, ik stapte uit en een golf van opluchting overviel me. Tranen zou ik de eerste dagen zeker niet laten, daar was het te vroeg voor.

Ik ging naar mijn appartement, kleedde me om en reed naar Anderlecht. Ik stapte over in een Porsche, ging naar de loge, keek voetbal, dronk cognac en heb heel even niet aan je gedacht.
Zoals gezegd, de eerste tranen vielen pas na enkele dagen.

We hebben elkaar niet meer gehoord sindsdien

maandag 10 maart 2008

Zwarte gat der promilles

Bijna een week voorbij, in stilte. Talloze malen gegrepen naar mijn telefoon om te bellen, zomaar, zoals altijd. Beetje kletsen, beetje zagen, beetje lucht verkopen. Maar dat is over nu, bijna een week …
Ik realiseer me, dat ik geen behoefte heb om heil te zoeken, ik heb geen opvulling nodig in de leegte die er is. Geen zin om weg te gaan, geen zin in seks, ik wil zijn aanrakingen. Ik wenste dat ik er meer van genoten had de laatste keer. Ik lag in zijn armen en voelde warmte tussen ons. Liefde, iets zeldzaams, ja dat voelde ik.
Ik kijk naar mijn klok, bijna 1 uur.
Ik schiet op 2.15 uur, mijn gsm, ik kijk, hij is het, ik neem af, maar net te laat. Ik bel terug, voicemail, ik ontvang terug telefoon, ja hij weer, ik neem af ‘hallo’. ‘Ik mis u’, ik antwoord ‘Ik mis u ook’. ‘Ik wou dat je naast me lag, ik heb niemand gevonden om het bed met me te delen’. Ik reageer niet, vraag me af hoelang het duurt, voor dat wel zal gebeuren, dat er iemand in zijn bed ligt en ik maar triest lig te wezen. ‘Ik heb veel gedronken en ik heb een lijn speed gesnoven van een vreemde’, ik zeg ‘dan zul je nog niet direct slapen’, ‘ik heb wel wat meer nodig dan 1 lijn’.’Ik wou dat je naast me lag, ik wou dat ik je in mijn armen kon houden’. Intussen heb ik tranen in mijn ogen, maar ik verbijt ze ‘Peavey, zal wel in de buurt zijn’, ‘neen, die is niet zo zot van mijn alcoholadem’. Ik lach bij mezelf, typisch een antwoord voor hem en ik begrijp wat de kat moet meemaken. ‘Ik ga de telefoon naast me leggen en zo in slaap vallen, ik betaal het toch’, ‘oké antwoord ik hem’.
7 minuten later hoor ik gesnurk door mijn telefoon. Ik geen mijn gsm een kus, wens hem slaapwel en duw af.
En ik weet, dat hij dit morgen niet meer zal weten.

vrijdag 7 december 2007

1 uur 29 minuten en 56 seconden

'Ik hou van je, ik hou van je, ik zie je zo graag', 'ik ben bang dat de telefoon gaat uitvallen, ik wil dat je weet dat ik van je hou' Dat hoorde ik hem zeggen, terwijl ik aan het huilen was. Tranen stroomden als een rivier over mijn gezicht. Nochtans, 5 minuten eerder was ik ijskoud en beheerst, zeer koel. Omdat je me vertelde dat ik een pathologische leugenaar was, een ijskoude tante, zonder gevoelens, ik was de ware niet, die was liever en geeft meer genegenheid, niet zoals ik.
Nu zat mijn neus dicht en kon ik niet ademen van het snot dat opgestapeld zat in mijn neus. Ik wil je dicht bij me, ik wil in je kruipen, ik wil dat je me troost omdat je zulke pijnlijke dingen zegt. Toch ben je de enige die me kan troosten, die me liefde kan geven zoals ik liefde wil ervaren.
'Jij bent alles voor me geweest, de telefoon gaat uitvallen, ik hou van je liefje, ik zie je doodgraag" en daarna "Een pathologische leugenaar is iemand die niet alleen gelooft in zijn leugens, maar er ook niet mee kan stoppen' tuut tuut tuut'. We waren 1 uur 29 minuten en 56 seconden verder en dan sluit Proximus de lijn zelf af, ter controle.
Dat waren je laatste woorden, die zullen blijven nazinderen tot in het oneindige.

woensdag 29 augustus 2007

Over promilles

Liefje, ik zie je graag’ zei hij me, voor de zoveelste keer. Niet dat het me begon tegen te steken om het telkens te horen, maar de verwachting van hem om hierop te antwoorden verontrustte me telkens. ‘Ik u ook, schat’ mompelde ik, terwijl mijn aandacht naar het programma ging waar ik naar keek.
Ik moest glimlachen, want ik wist, dat hij wist, dat ik tv aan het kijken was. Hij kende me goed, misschien wel beter dan iemand anders, hoewel hij niet zoveel van me wist als sommige anderen. Hij had veel tijd gestoken in het bestuderen van mijn gelaatsuitdrukkingen, mijn stemintonaties en mijn manier van reageren. Soms stond ik zelf verbaasd, van hoe goed hij me kon ontcijferen, maar ik stond nog meer verbaasd van het aantal keren hij de bal missloeg. De reden hiervan was jaloezie en bezitterigheid. Ik vroeg me af of je teveel van iemand kon houden. Als we ruzie hadden, dan was ik triest en woedend op hem. Ik haatte het om te moeten argumenteren en mezelf te verdedigen.
‘Liefje, ik heb nog niet opgehangen en ik mis uw stem nu al’ zei hij me nu. Ik verzette me, want dit was iets nieuws, ik vond het grappig en zei hem dat ook. Het was de waarheid, vertelde hij me, het was niet grappig, hij meende het echt. Hij hield zo immens veel van me, dat het hem pijn deed, dat hij liefst in me zou willen kruipen en zo altijd bij me zou zijn. We beëindigden het gesprek en mijn televisietoestel kreeg weer zijn volle verdiende aandacht.
Twee uur later rinkelde de telefoon weer. ‘Hallo, ik ging je net bellen’ zei ik ‘je kan kiezen, tussen mij of tussen de rest’ was zijn antwoord hierop. ‘Wablief’ antwoordde ik hierop ‘Wat verwacht je van me?’ een beetje verbaasd over de plotse wending van het verhaal. ‘En durf me nooit meer te contacteren, want ik ga naar de politie’ zei hij er nog achter.
Ik was terechtgekomen in een zeer goedkope productie, waarbij het einde van de film ineens zeer snel moest verlopen, omdat de band bijna op was.
‘Ik u ook schat’ mompelde ik en eindigde het gesprek.